DNA Analyse

DNA-analyse in patiënten met Familiaire Hypercholesterolemie (FH)

De voorwaarde voor het stellen van een zekere diagnose FH en voor de opsporing van patiënten met FH, is het bekend zijn van de moleculaire oorzaak van de FH bij een index-patiënt: een pathogene variant in het low-density lipoproteïne-receptor gen (LDLR), in bepaalde delen van het apolipoproteïne B gen (APOB) of in het gen dat codeert voor het proproteïne convertase kexine/subtilisine type 9 (PCSK9). Opsporing van personen met FH gebeurt door de variant direct aan te tonen m.b.v. DNA-analyse. Op dit moment zijn er wereldwijd meer dan 1600 verschillende pathogene varianten bekend en dit aantal neemt nog steeds toe. Het is onwaarschijnlijk dat al deze varianten in Nederland zullen voorkomen. Er zijn nu in Nederland ongeveer 850 varianten volledig gekarakteriseerd, waarmee, in de onderzochte groep, meer dan 79% van de gevallen van FH kan worden verklaard. Een van de onderzoeksprojecten van het Laboratorium Genoomdiagnostiek van het Amsterdam UMC is het identificeren en karakteriseren van alle “Nederlandse” varianten die FH veroorzaken. Omdat een aantal varianten regionaal voorkomen en heel Nederland in principe moet worden bestreken, zijn er patiënten uit alle delen van het land nodig, zodat wij een “ingang” in de familie hebben. Daarna kan de Stichting LEEFH de familie verder in onderzoek nemen.
De analyses worden uitgevoerd m.b.v. diagnostische Next Generation Sequencing. Een voordeel is dat alle genen in het dyslipidemie pakket in één keer geanalyseerd worden.
De kans om pathogene varianten te vinden wordt in eerste instantie bepaald door de betrouwbaarheid van de klinische diagnose FH. Om deze te vergroten kan gebruik gemaakt worden van het puntensysteem van de protocollaire diagnostiek voor FH, opgesteld door het Netwerk van Nederlandse Lipidenpoliklinieken (zie Richtlijnen). Indien u bloedmonsters van patiënten gaat opsturen zijn wat ons betreft de belangrijkste criteria:

• De patient heeft 6 of meer punten volgens de scoringstabel
• de patiënt heeft xanthomen (komt bij een minderheid van de patiënten met FH voor)
• of, de patiënt is een kind (<17 jaar) met een LDL-cholesterol boven het 95ste percentiel voor leeftijd en geslacht (>3.5 mmol/l voor kinderen tot 17 jaar)
• of, de patiënt heeft mogelijk FH én een kind (<17 jaar) met een LDL-cholesterol boven het 95ste percentiel voor leeftijd en geslacht (>3.5 mmol/l voor kinderen tot 17 jaar)